Ga naar inhoud
introversie psychologie

Ben je introvert geboren of gemaakt?

Karolien Koolhof
Ben je introvert geboren of gemaakt?

Als we praten over introversie, belanden we al snel in een klassieke discussie: is het nature (je genen) of is het nurture (je opvoeding en omgeving)? We zien het vaak als een weegschaal, maar de moderne wetenschap laat zien dat dit idee fundamenteel achterhaald is. De weegschaal bestaat namelijk niet.

In de moderne genetica (specifiek de epigenetica) kijkt men niet meer naar genen en omgeving als twee aparte concurrenten. Ze werken namelijk samen. Stel je voor dat je genen geen onveranderlijke bouwtekening zijn, maar een gigantisch paneel met miljoenen lichtknopjes. Je omgeving (hoeveel stress je als kind ervaart, de rust in je huis, de verwachtingen op school) functioneert als de hand die bepaalde knopjes ‘aan’ of ‘uit’ zet.

Zonder de hand doet het knopje niets. Er is geen nature zonder nurture. Je bent niet óf zo geboren, óf zo gemaakt. Je bent een continu proces van je biologie die reageert op je omgeving.

Nature

Waarom willen we eigenlijk zo graag weten hoeveel procent van onze introversie 'aangeboren' is? Vaak ligt hier een onuitgesproken aanname onder: we proberen onszelf te rechtvaardigen. In een maatschappij die extraversie (snelheid, luidheid, actie) vaak beloont, gebruiken we nature soms als een excuus. "Ik kan er niets aan doen dat ik de kantoortuin niet trek, ik ben nu eenmaal zo geboren."

Hiermee benaderen we introversie onbewust nog steeds als een foutje in ons individuele systeem dat we wetenschappelijk moeten verklaren. Maar Laten we het nature/ nurture-debat eens helemaal loslaten. Wat als introversie helemaal geen individuele eigenschap is?

Tweelingen

Maar hoe komen we dan aan die hardnekkige percentages? Je leest vaak in populaire psychologiebladen dat introversie "voor ongeveer vijftig procent erfelijk is bepaald". Deze cijfers leunen historisch gezien zwaar op klassieke tweelingenstudies. Maar daar zit een grote blinde vlek in.

Deze onderzoeken vergelijken eeneiige en twee-eiige tweelingen en gaan uit van de zogenaamde equal environments assumption (de aanname van gelijke omgevingen). De onderzoekers veronderstellen hierbij dat beide soorten tweelingen aan exact dezelfde omgevingsfactoren worden blootgesteld. In de praktijk is dit een illusie. Eeneiige tweelingen lijken fysiek identiek op elkaar, worden daardoor vaker exact hetzelfde behandeld door hun omgeving, en lokken veel vergelijkbaardere reacties uit dan twee-eiige tweelingen. Ze creëren als het ware hun eigen, sterk overlappende nurture.

Daarnaast rammelt de manier waarop we meten aan alle kanten. De standaard vragenlijsten die bepalen of iemand introvert is, meten vaak gedrag dat we in onze westerse samenleving als 'teruggetrokken' labelen. Stel: een kind zit in een overweldigende, schreeuwerige klas en besluit om zich wijselijk stil in een hoekje terug te trekken. Op papier scoort dit kind hoog op introversie. Maar meten we op dat moment een aangeboren neurologische blauwdruk, of meten we een volkomen logische, culturele overlevingsstrategie in een toxische omgeving? We verwarren culturele reacties vaak met neurologische hardwiring.

Groep

Wat  nu als we het idee dat introversie een puur individuele eigenschap is helemaal loslaten? Vanuit de evolutionaire antropologie kun je namelijk stellen dat eigenschappen niet bestaan voor het individu, maar voor de overleving van de hele groep. Honderdduizenden jaren geleden had een stam jagers nodig die direct, impulsief en zonder al te veel angst in actie kwamen. We noemen dat nu extraversie.

Maar een stam met alléén maar snelle, extraverte risiconemers overleeft de eerste de beste strenge winter niet. Er was een absolute, bittere noodzaak voor de waakzame, bedachtzame, diepe denkers. De mensen die aan de rand van het kampement bleven, complexe patronen in de seizoenen herkenden, gevaren ver van tevoren zagen aankomen en kostbare energie bespaarden. Introversie.

Introversie en extraversie vormen samen een ecologische balans. Introversie is in dat licht helemaal geen persoonlijkheidstype dat toevallig in jouw individuele brein huist. Het is een relationele rol. Een essentiële ecologische functie. Je bent niet introvert puur voor jezelf, je vervult een noodzakelijke functie voor de neurodiversiteit en het succes van het collectief. 

Waarnemer

Een concreet voorbeeld van hoe dit verkeerd wordt begrepen, is het sturen van de introverte professional naar een assertiviteitstraining. We leren ze trucjes om zichtbaarder te zijn in vergaderingen en sneller het woord te nemen. Oftewel: we proberen de bedachtzame waarnemer met veel moeite om te turnen tot een middelmatige, luidruchtige jager.

Dit getuigt van een totaal onbegrip over hoe menselijke ecosystemen werken. Een innovatief team heeft, net als een succesvolle stam, de balans nodig. Zodra we de introverte medewerker reduceren tot een individueel defect dat 'gefixt' moet worden of waar 'rekening mee gehouden moet worden vanwege hun aard', beroven we de organisatie van precies datgene wat het nodig heeft: doordachte analyse, risicobeperking en diepe reflectie.

De volgende keer dat je totaal bent leeggelopen na een urenlange, chaotische brainstormsessie en je wanhopig afvraagt of deze uitputting nu door je genen of door je opvoeding komt, besef dan dit: stop met het probleem bij jezelf te leggen. Je brein is niet stuk. Het doet exact waar het door tienduizenden jaren evolutie voor is ontworpen, in interactie met een kantoortuin die simpelweg veel te veel lawaai maakt. Het wordt dus hoog tijd om werkomgevingen in te richten waar niet iedereen de luidste jager hoeft te zijn om als onmisbaar gezien te worden.

Karolien Koolhof

Over de auteur