Hoe snelle denkers zichzelf uitputten
Je bent hartstikke goed in je werk, maar toch ben je aan het einde van de week helemaal kapot. Niet omdat je eigen taken te moeilijk zijn, maar omdat je de hele week bezig was met het oplossen van andermans problemen. Waarom doen snelle denkers dit? En waarom trekken ze werk naar zich toe dat eigenlijk niet van hen is?
In elk team of bedrijf vallen wel eens gaten. Een manager hakt geen knoop door of er is ruzie waar niemand over praat. De meeste mensen op de werkvloer hebben dit niet eens door. Ze doen gewoon hun eigen ding. Maar als je hoogbegaafd bent, werkt dat anders. Jij ziet alles. Je merkt direct dat er ergens in de samenwerking een gat valt, lang voordat de rest het doorheeft.
De psychiater Kazimierz Dąbrowski legde dit decennia geleden al uit met zijn theorie over overprikkelbaarheid. Bij hoogbegaafden (en veel andere neurodivergente mensen) staat het zenuwstelsel simpelweg gevoeliger afgesteld. Je verwerkt informatie sneller en ziet direct de sociale en praktische patronen. Waar een ander een los slordigheidsfoutje ziet, zie jij direct dat het hele project over drie weken in de soep gaat lopen.
En precies daar gaat het mis. Omdat jij het probleem als eerste ziet, denk je vaak dat jij het ook moet oplossen. Wetenschapper Adele Diamond doet veel onderzoek naar dit moment in je brein, de zogenaamde respons-inhibitie. Dat is de mentale 'rem' die ervoor zorgt dat je iets kunt waarnemen ("dit gaat fout") zónder direct in actie te komen ("ik los het wel op"). Bij veel snelle denkers werkt die motor zó hard, dat ze vergeten die rem in te trappen. Je neemt de stuurloze vergadering over of je repareert snel het werk van je collega.
Controle
We zeggen dan tegen onszelf: "Ik ben gewoon heel betrokken" of "Ik heb veel empathie". Dat klinkt heel mooi en nobel. Maar dat is niet het hele verhaal. Vaak los je het probleem van een ander op, omdat je simpelweg niet tegen de chaos kunt. Je vindt het vervelend als dingen traag of slordig gaan. Door in het gat te springen en het zelf te regelen, verdwijnt jouw eigen onrust. Het is dus eigenlijk een vorm van controle houden. Als je alles zelf oppakt, hoef je ook niet te ervaren hoe irritant het is als anderen fouten maken of trager zijn dan jij.
Vaak is dit een oude, aangeleerde gewoonte. Misschien was je als kind al degene die zorgde dat alles thuis rustig bleef en problemen werden opgelost. Je slimme, snelle brein is nu niet de oorzaak van je vermoeidheid, het is alleen je gereedschap geworden om die oude gewoonte op kantoor nóg beter uit te voeren. En je kunt jouw snelle brein niet uitzetten. Je zult de gaten in je team altijd blijven zien. Dat is oké, maar je kunt wel leren om op de rem te trappen.
De mist in
De echte uitdaging voor jou is leren kijken naar chaos en dan... even helemaal niets doen. Soms moet een project gewoon even de mist in gaan. Dan ziet de rest van het team (of je baas) eindelijk dat er een probleem is. Als jij het 's avonds stiekem blijft repareren, leert niemand daar iets van en blijf jij uitgeput achter.
De belangrijkste vraag voor deze week: los ik dit probleem op omdat het écht mijn werk is, of spring ik bij omdat ik stiekem de rommel en de onrust niet aan kan zien? Soms is de beste oplossing om een gat gewoon lekker open te laten vallen.
Over de auteur
- Karolien Koolhof is coach voor introverten en hoogbegaafden
- Auteur van het boek Introvert Leiderschap
- Contact