Ga naar inhoud
hsp hoogsensitief

Waarom HSP'ers niet altijd rust nodig hebben

Karolien Koolhof
Waarom HSP'ers niet altijd rust nodig hebben

Zeg je hoogsensitief, dan zeg je bijna automatisch 'overprikkeld'. Het advies is dan ook vaak snel gegeven: trek je even terug, zet die noise-cancelling koptelefoon op en maak je leven vooral zo prikkelarm mogelijk. Maar wat nou als dat constante vluchten in die prikkelarme bubbel je eigenlijk alleen maar meer uitput?

Onder al die goedbedoelde adviezen schuilt stiekem een hardnekkige aanname: de wereld is simpelweg 'te veel' en HSP zijn is vooral een kwetsbaarheid. We maken er een soort batterij van die sneller leegloopt dan bij anderen, en die we dus non-stop moeten beschermen. Maar als je er vanuit de wetenschap naar kijkt, is dat echt te kort door de bocht.

Binnen de psychologie (kijk bijvoorbeeld naar de theorie van Vantage Sensitivity) zien we een heel ander verhaal. Sensitiever zijn betekent namelijk helemaal niet dat je sneller stuk gaat. Het betekent gewoon dat je zenuwstelsel véél sterker reageert op je omgeving.

Klopt: in een giftige of chaotische werkomgeving zit je sneller aan je taks. Maar vergeet de andere kant niet! Zet je datzelfde brein in een stimulerende, positieve omgeving, dan bloei je harder op en presteer je vaak beter dan gemiddeld. Je doel als HSP'er is dus helemaal niet zoeken naar minimale prikkels, maar naar optimale prikkels.

Gewoon overbelast? 

Het lastige is dat veel van die populaire online HSP-testjes eigenlijk helemaal geen aangeboren persoonlijkheidseigenschappen meten. Ze meten vooral hoeveel stress je op dit moment hebt, of checken of je tegen een burn-out aanzit. Logisch, want je vult zo'n test pas in als je al bent vastgelopen. Daardoor zijn we de klachten van chronische overbelasting per ongeluk gaan verwarren met de eigenschap hoogsensitiviteit.

Laten we dus eens stoppen met HSP te behandelen als een aandoening waartegen je je continu moet verdedigen. Vergelijk je zenuwstelsel liever met een Formule 1-auto. Ga je daarmee over een hobbelig zandpad scheuren, dan trilt hij gegarandeerd uit elkaar. Maar maakt dat die auto zwak? Nee. Hij is gewoon extreem fijn afgesteld voor een heel specifiek, superstrak circuit. En daarop haalt hij iedereen moeiteloos in.

In mijn praktijk zie ik het zo vaak misgaan. Een hoogsensitieve professional wordt, uit pure zelfbescherming, in een stille, afgezonderde ruimte gezet met voorspelbaar werk. Volgens het 'prikkelarme' ideaal zou diegene daar helemaal moeten opbloeien.

De realiteit is vaak anders. Iemand kwijnt langzaam weg in een bore-out of somberheid. Niet omdat er te véél prikkels waren, maar juist door een gebrek aan de júiste, betekenisvolle prikkels. Denk aan complexe vraagstukken, een beetje intellectuele uitdaging en misschien wel de belangrijkste: echte verbinding. De stilte deed uiteindelijk veel meer schade dan de drukte.

De mooiste shift die je in je ontwikkeling kunt maken, is dan ook stoppen met de vraag: "Hoe bescherm ik me tegen prikkels?" De vraag die je jezelf eigenlijk moet stellen is: "Hoe ontwerp ik mijn eigen racecircuit?"

Karolien Koolhof

Over de auteur