Hoogbegaafd en vriendschap: waarom de échte klik zo lastig te vinden is
Mijn goede vrienden zijn op één hand te tellen. Als hoogbegaafde herken je dit wellicht: die échte klik vind je niet gemakkelijk. En heb je hem eenmaal gevonden, dan koester je hem. Hoe komt dat eigenlijk?
Als kind vond ik het maar ingewikkeld. Hoe vind je aansluiting bij mensen waar je toch net niet helemaal een klik mee hebt. Ik besloot voor de aanpassingsstrategie te gaan, maar het maakte me ook een gemakkelijk doelwit. Als gevoelig kind wisten ook pesters mij feilloos te vinden.
Lange tijd heb ik gedacht dat dit aan mij lag. Dat ik te verlegen was, te introvert. Maar sinds ik meer weet over verschillen tussen mensen en hoogbegaafdheid in het bijzonder begrijp ik het beter. Die échte klik is nu eenmaal moeilijk te vinden.
Waarom die klik zo zeldzaam is
Hoe komt dit nu? Om te beginnen is er gewoon de rekensom: ongeveer 2 tot 2,5 procent van de mensen heeft een IQ van 130 of hoger. Dat is de grens die vaak wordt gehanteerd voor hoogbegaafdheid (en ja, ik weet dat de echte definitie van hoogbegaafdheid veel breder is dan dat). Je hebt dus simpelweg minder mensen om uit te kiezen.
Al in 1942 beschreef de psychologe Leta Hollingworth dat kinderen met een sterk afwijkend intellectueel niveau het lastig vinden om vriendschappen te sluiten met leeftijdsgenoten. Ze wees op een verschil van zo'n dertig IQ-punten als een grens waarbij begrip over en weer moeilijk wordt (Hollingworth, 1942). Dat onderzoek ging over uitzonderlijke gevallen en is oud, dus zie het als illustratie en niet als wet.
Latere onderzoekers, zoals Miraca Gross, vonden wel iets vergelijkbaars. Zeer begaafde kinderen zoeken vaak vrienden op hun eigen denkniveau en dat zijn niet altijd leeftijdsgenoten. Ze verwachten ook meer diepgang, loyaliteit en eerlijkheid van een vriendschap (Gross, 2004).
Daar komt bij dat we allemaal op zoek gaan naar mensen die op ons lijken. In hun overzichtsstudie laten McPherson, Smith-Lovin en Cook (2001) zien dat vriendschappen vaak ontstaan tussen mensen die iets gemeen hebben, zoals interesses en de manier van denken. Als jouw manier van denken minder vaak voorkomt, is de kans dat je iemand tegenkomt die "hetzelfde" is ook kleiner.
Gevoeligheid
Veel hoogbegaafden beschrijven zichzelf als intens en gevoelig. De Poolse psychiater Kazimierz Dąbrowski noemde dit overexcitabilities: een sterkere reactie op prikkels. Het onderzoek hiernaar is gemengd en niet elke studie vindt dat hoogbegaafden er meer last van hebben.
Los van hoogbegaafdheid is hooggevoeligheid wel goed onderzocht. Aron en Aron (1997) beschrijven sensory processing sensitivity, een persoonlijkheidstrek die bij ongeveer 15 tot 20 procent van de mensen voorkomt. Gevoelige mensen verwerken informatie dieper en worden sneller geraakt door sociale signalen, zoals een afwijzende blik of een botte opmerking. Dat maakt oppervlakkige contacten vermoeiender en diepe verbinding waardevoller.
Aanpassen
Mijn aanpassingsstrategie is daarin geen uitzondering. Coleman en Cross (1988) vroegen zich al af of begaafd zijn een sociale handicap is. Ze beschreven hoe begaafde kinderen hun begaafdheid soms verbergen om erbij te horen. Later noemden Cross en collega's (1991) dit stigma management. Aanpassing kan op korte termijn werken, maar het kost energie. Je laat een deel van jezelf niet zien en juist dat deel is nodig voor een échte klik.
Dat het je een gemakkelijk doelwit maakt, past helaas ook bij het onderzoek. Peterson en Ray (2006) vonden dat twee derde van de hoogbegaafde leerlingen uit groep 8 (Amerikaanse groep 8-leerlingen die deelnamen aan een begaafdenprogramma) aangaf te zijn gepest, waarbij anders zijn en gevoeligheid als redenen werden genoemd. Dat is één studie onder een specifieke groep. Het beeld is dus niet eenduidig, maar het bevestigt wel wat veel hoogbegaafden zelf vertellen.
De klik
Onderzoek van Robin Dunbar (2018) laat zien dat vrijwel iedereen een binnenste cirkel heeft van ongeveer vijf mensen en dat dit aantal weinig varieert. Het aantal vrienden op één hand is dus niet vreemd. De vraag is eerder hoeveel moeite het kost om er te komen.
Jeffrey Hall (2019) berekende dat het zo'n 50 uur samen kost om van een kennis een vriend te worden en meer dan 200 uur voor een hechte vriendschap. Als er weinig mensen zijn met wie het echt klikt en het is bovendien een investering, dan is het logisch dat je er zuinig op bent.
Nuance is hier wel op zijn plek. Overzichtsstudies laten zien dat hoogbegaafden gemiddeld niet slechter sociaal-emotioneel functioneren dan anderen (Neihart, 1999; Neihart, Pfeiffer & Cross, 2016). Het gaat hierbij om een aansluiting die zeldzamer is en die meer van je vraagt.
Dit soort inzichten helpen je wellicht om wat milder naar jezelf te kijken. Praktisch betekent het ook dat je gerichter kunt zoeken. Naar plekken waar je gelijkgestemden kunt vinden bijvoorbeeld, in plaats van een groot netwerk op te bouwen. Als je dan iemand vindt bij wie het klikt, weet je nu waarom dat zo veel waard is.
Over de auteur
- Karolien Koolhof is coach voor introverten en hoogbegaafden
- Auteur van het boek Introvert Leiderschap
- Contact