Over de auteur
- Karolien Koolhof is coach voor introverten en hoogbegaafden
- Auteur van het boek Introvert Leiderschap
- Contact
We weten het vaak wel, in theorie: gedachten zijn geen feiten. Toch leven veel mensen alsof dat wel zo is. Zeker wanneer een gedachte zich al jaren herhaalt. Dan voelt hij niet meer als iets wat je denkt, maar als iets wat je bent. In mijn werk kom ik dat heel vaak tegen, met name in de vorm van de overtuiging: ik ben niet goed genoeg.
Die zin wordt zelden hardop uitgesproken. Meestal zit hij eronder. Hij kleurt hoe iemand naar zichzelf kijkt, hoe voorzichtig iemand is in keuzes, hoe snel iemand zichzelf terugtrekt of inhoudt. Omdat die gedachte zo vertrouwd is, wordt hij nauwelijks nog bevraagd. Hij voelt logisch en waar.
Gedachten zijn echter mentale gebeurtenissen. Ze komen op, trekken weer weg en worden beïnvloed door eerdere ervaringen, verwachtingen en context. Sommige gedachten blijven langer hangen dan andere. Vooral gedachten die ooit een functie hebben gehad. De overtuiging ik ben niet goed genoeg ontstaat vaak niet uit het niets. Voor veel mensen was het een manier om zich aan te passen, fouten te voorkomen of afwijzing voor te zijn. Op die manier kon het ooit helpen om grip te houden.
Het probleem ontstaat wanneer zo’n gedachte ongemerkt onderdeel wordt van je identiteit. Dan is het geen gedachte meer die langskomt, maar een verklaring voor wie je bent en wat je wel of niet kunt. Alles wat die overtuiging lijkt te bevestigen, krijgt extra gewicht. Tegenspraak wordt sneller genegeerd. Zo houdt het patroon zichzelf in stand.
Wat vaak niet helpt, is proberen de gedachte direct te vervangen door iets positiefs. Dat voelt voor veel mensen geforceerd en roept juist weerstand op. Een nuchtere eerste stap is niet veranderen, maar herkennen. Zien dat er een verschil is tussen jou en de gedachte die zich aandient.
Dat kan heel praktisch. Op het moment dat de gedachte ik ben niet goed genoeg opkomt, kun je in jezelf benoemen: ik heb de gedachte dat ik niet goed genoeg ben. Dat klinkt misschien als een detail, maar het effect is wezenlijk. Je verschuift van volledig samenvallen met de gedachte naar er net iets afstand van nemen. De gedachte is er nog steeds, maar hij is jou niet.
Het doel is niet om deze innerlijke stem te laten verdwijnen. Bij de meeste mensen blijft hij in meer of mindere mate terugkomen. Het verschil zit hem in hoeveel invloed hij krijgt. Je kunt leren om die stem te herkennen als een bekend patroon, in plaats van als de waarheid over jezelf.
Dat vraagt geen groot innerlijk werk of optimistische slogans, maar vooral aandacht en oefening. Steeds opnieuw opmerken: dit is een gedachte, geen definitie. En juist in die kleine verschuiving ontstaat vaak meer ruimte dan je van tevoren zou verwachten.