neurodiversiteit introversie inclusie

Neurodiversiteit op de werkvloer: zo werkt het wel

Karolien Koolhof
Neurodiversiteit op de werkvloer: zo werkt het wel

Neurodiversiteit is een kracht op de werkvloer. Mensen met kenmerken van bijvoorbeeld ADHD, autisme, dyslexie of hoogbegaafdheid kunnen unieke perspectieven en vaardigheden meebrengen. Maar om die meerwaarde te benutten, moeten organisaties verder kijken dan alleen het aannemen van neurodivergente medewerkers. Het gaat er niet alleen om wie er binnenkomt, maar vooral om hoe de werkcultuur hen ondersteunt.

Uit onderzoek blijkt dat diversiteitsbeleid alleen effectief is als het niet alleen gericht is op het aantal diverse medewerkers, maar ook op het creëren van een inclusieve werkomgeving waarin iedereen zich gewaardeerd voelt (Ellemers et al., 2018).

Toch gaat dit in veel organisaties nog mis. Mensen die anders denken en werken, kunnen zich buitengesloten voelen, zelfs als hun aanwezigheid wordt toegejuicht. Hoe komt dat? En belangrijker nog: wat werkt wél?

Van diversiteit naar inclusie

Veel bedrijven streven naar een divers personeelsbestand, maar vergeten daarbij de volgende stap: inclusie. Het aannemen van neurodivergente medewerkers is een goede eerste stap, maar als zij zich niet gehoord of begrepen voelen, zullen ze zich niet op hun plek voelen. Dit kan leiden tot een hoger verloop en minder betrokkenheid.

Onderzoek toont aan dat een inclusieve werkcultuur essentieel is voor het succes van diversiteitsbeleid (Nishii, 2013). Dit betekent dat medewerkers niet alleen worden aangenomen, maar zich ook erkend en gesteund voelen in hun manier van werken. Bij neurodiversiteit is dit extra belangrijk, omdat veel uitdagingen onzichtbaar zijn. Een autistische medewerker kan bijvoorbeeld moeite hebben met spontane vergaderingen, terwijl iemand met ADHD juist beter functioneert in een flexibele werkomgeving.

Een van de grootste valkuilen is dat organisaties zich te veel richten op zichtbare diversiteit, zoals geslacht en etniciteit, en neurodivergentie over het hoofd zien. De aanname dat iedereen op dezelfde manier werkt en denkt, kan ervoor zorgen dat neurodivergente werknemers zich niet begrepen voelen. Hierdoor wordt hun potentieel niet volledig benut. Een werkklimaat waarin verschillen worden erkend en gewaardeerd, leidt niet alleen tot gelukkiger werknemers, maar ook tot betere prestaties en meer innovatie (Van Knippenberg et al., 2004).

Wat werkt wel, en wat niet?

Veel goedbedoelde diversiteitsinitiatieven werken in de praktijk niet of zelfs averechts. Zo zijn verplichte diversiteitstrainingen vaak weinig effectief en kunnen ze zelfs weerstand oproepen (Dobbin & Kalev, 2016). Medewerkers kunnen zich onder druk gezet voelen om "politiek correct" te handelen, in plaats van echt te begrijpen hoe ze beter kunnen samenwerken met mensen die anders denken.

Wat wél werkt, is een aanpak op maat. Dit betekent dat organisaties niet simpelweg een standaardbeleid invoeren, maar actief in gesprek gaan met neurodivergente medewerkers om te kijken wat zij nodig hebben om goed te functioneren. Dit kan variëren van praktische aanpassingen, zoals een prikkelarme werkplek of flexibele werktijden, tot veranderingen in de communicatie en samenwerking.

Daarnaast is het cruciaal dat neurodivergente medewerkers niet alleen worden gezien als mensen met "speciale behoeften," maar als waardevolle teamleden met unieke talenten. Denk aan een autistische werknemer die uitblinkt in analytisch denken, of iemand met ADHD die creatieve ideeën aandraagt. Door teams te leren hoe ze elkaars sterke punten kunnen benutten, kunnen organisaties niet alleen neurodivergente medewerkers beter ondersteunen, maar ook de algehele teamdynamiek verbeteren.

Een ander belangrijk aspect is het creëren van psychologische veiligheid. Dit betekent dat medewerkers zich vrij voelen om zichzelf te zijn en om aan te geven wat ze nodig hebben, zonder bang te zijn voor negatieve gevolgen. Een cultuur waarin het normaal is om over verschillende werkstijlen te praten, helpt om misverstanden te voorkomen en samenwerking te verbeteren.

Wat kun jij doen?

Werk jij in een organisatie die diversiteit belangrijk vindt? Kijk dan eens verder dan de cijfers en vraag jezelf af:

- Voelt iedereen zich hier echt welkom en gewaardeerd?

- Is er ruimte voor verschillende werkstijlen en behoeften?

- Wordt neurodivergentie erkend en ondersteund?

Als werkgever of leidinggevende kun je bijdragen aan een inclusieve werkcultuur door actief het gesprek aan te gaan met neurodivergente medewerkers en te vragen wat zij nodig hebben. Kleine aanpassingen kunnen een groot verschil maken – niet alleen voor hen, maar voor het hele team.

Ben jij zelf neurodivergent en merk je dat jouw werkomgeving niet goed aansluit bij jouw manier van werken? Aarzel dan niet om aan te geven wat jij nodig hebt. Of het nu gaat om duidelijkere communicatie, meer structuur of juist meer flexibiliteit – jouw behoeften zijn belangrijk.

Wil je hier meer over weten of heb je behoefte aan ondersteuning? Neem gerust contact met me op. Samen kijken we hoe jouw werkplek écht inclusief kan worden.

Karolien Koolhof

Over de auteur

Terug naar overzicht