Waarom we neurodivergentie vaak pas zien als iemand vastloopt
Vandaag word ik 40 jaar. Voor veel mensen is dat een moment waarop ze zeggen: "Nu weet ik eindelijk wie ik ben en hoe de wereld werkt." Maar voor mij voelt dat anders. Ik kwam er namelijk pas ergens in de afgelopen zeven jaar achter hoe mijn hoofd écht werkt.
Ik ontdekte toen pas dat ik hoogbegaafd ben. En dat mijn brein net iets anders in elkaar zit dan dat van de meeste mensen. Als je zoiets ontdekt als je al in de dertig bent, krijg je vaak één vraag van de mensen om je heen. En eerlijk gezegd stelde ik die vraag ook aan mezelf: Waarom zag niemand dit eerder? Hoe kan het dat je ruim dertig jaar rondloopt met een hoofd dat heel snel denkt en heel veel voelt, zonder dat iemand het doorheeft? Zonder dat leraren, dokters of jijzelf begrijpen wat er aan de hand is?
Heel lang dacht ik dat het mijn eigen schuld was. Ik dacht dat ik niet goed genoeg naar mezelf had gekeken. Of dat ik gewoon heel ingewikkeld was. Maar als je gaat kijken naar hoe de wetenschap hierover denkt, ontdek je iets heel anders. Het is niet zo dat wij ons extra goed verstoppen. Het komt door hoe onze wereld in elkaar zit.
Tekort
Toen ik een kind was, keken scholen op een heel simpele manier naar mensen. Ze keken pas naar je als er iets misging. Als je niet kon stilzitten in de klas, als je ruzie maakte, of als je hele slechte cijfers haalde. Pas dan gingen ze uitzoeken of je misschien extra hulp nodig had. Wetenschappers noemen dit het medisch tekortmodel. Ze kijken alleen naar wat er ontbreekt of wat er stuk is.
Maar wat nu als je de dingen liever binnen in jezelf oplost? Wat als je rustig in de klas zit en gewoon keurig je toetsen haalt? Dan lijk je voor de buitenwereld heel succesvol. Je past perfect in het plaatje. Wat de leraren niet konden zien, was dat het me soms toch heel veel moeite kostte. Mijn hoofd draaide altijd op de hoogste versnelling om te snappen wat er verwacht werd. Omdat ik goede cijfers haalde en niet opviel, ging er nergens een alarmbel af. Niemand kijkt onder de motorkap als de auto gewoon blijft rijden. Ook al raakt de motor oververhit.
Rol
Een tweede reden is iets wat wetenschappers camoufleren noemen. Je kunt het ook maskeren noemen. Als je hoogbegaafd bent, heb je vaak heel snel door hoe andere mensen doen. Je kijkt naar de kinderen in je klas. Je luistert naar wat volwassenen willen horen. En zonder dat je het doorhebt, ga je dat nadoen. Je doet je best om zo normaal mogelijk te lijken.
Voor mij was dat heel normaal. Ik zag hoe de wereld werkte en ik paste me aan. Als er te veel geluid of te veel drukte was, liet ik dat niet merken. Ik speelde de rol die van me gevraagd werd. Dit doen we om erbij te horen en om veilig te zijn. Het probleem is alleen dat het niet vanzelf gaat. De hele dag een rol spelen en doen alsof, kost verschrikkelijk veel energie. Het slurpt je hoofd helemaal leeg.
Asynchroon
Er is nog iets geks aan de hand als je hoogbegaafd bent. Je groeit niet overal even snel in. Wetenschappers noemen dit asynchrone ontwikkeling.
Toen ik jong was, kon ik nadenken over dingen waar volwassenen over nadachten. Mijn hersens gingen razendsnel. Maar tegelijkertijd kon ik me overweldigd of bang voelen door dingen die andere kinderen heel normaal vonden. Mijn gevoel was soms veel jonger dan mijn verstand.
Je ziet dan iemand die goed mee lijkt te komen, maar die ook heel snel moe, overprikkeld of verdrietig kan zijn. Daarom kregen veel mensen zoals ik vroeger de verkeerde stempels. Ze zeiden dat we angstig waren. Of te gevoelig. Of somber. Pas veel later zagen ze dat al die losse dingen bij elkaar hoorden. Ze zagen eindelijk het complete plaatje: een brein dat razendsnel denkt, en daardoor ook razendsnel vol raakt.
Elastiekje
En dan is er de vraag waarom zoveel mensen hier pas achter komen als ze rond de 30 of 40 jaar oud zijn. Waarom gebeurt dit niet op je 20e?
Hier heeft de biologie een heel duidelijk antwoord op. Je lichaam slaat alle stress en vermoeidheid op. Als je 20 bent, ben je nog heel sterk en buigzaam. Net als een nieuw elastiekje. Je kunt de drukte, de prikkels en het spelen van een rol nog wel volhouden. Je bent moe, maar na een weekend slapen kun je er weer tegenaan.
Maar als je richting de 40 gaat, verandert dat. Je krijgt het drukker. Misschien met werk, een huis, of verwachtingen van anderen. Tegelijkertijd wordt dat elastiekje van je lichaam iets minder buigzaam. Het is jarenlang opgerekt geweest om normaal te doen in een wereld die eigenlijk te druk voor je is. Rond je 40e is het elastiekje een beetje lam geworden. Het rekt niet meer mee. Je emmer stroomt over. Niet omdat de problemen ineens groter zijn, maar omdat de bodem van je emmer na al die jaren een beetje versleten is. Daarom is het eigenlijk best logisch dat we het pas zo laat ontdekken. Je komt er pas achter op het moment dat je niet meer kunt doen alsof.
Hard werken
Vandaag blaas ik 40 kaarsjes uit. En voor het eerst voelt dat helemaal goed. Ik kijk niet meer terug naar die eerste jaren met het idee dat ik tijd heb verspild. Ik was niet stuk. Mijn omgeving lette gewoon op de verkeerde dingen. Ik heb jarenlang keihard gewerkt om mee te draaien in een wereld die niet voor mij was gebouwd. En dat heb ik heel goed gedaan.
Maar inmiddels weet ik beter. Ik mag gewoon mezelf zijn, met mijn razendsnelle hoofd, mijn behoefte aan rust en mijn eigen grenzen. En dat is misschien wel het mooiste verjaardagscadeau dat ik mezelf kan geven.
Over de auteur
- Karolien Koolhof is coach voor introverten en hoogbegaafden
- Auteur van het boek Introvert Leiderschap
- Contact