De valkuilen van hoogbegaafdheid
Snel dingen doorzien en veel tegelijk overzien brengt je als hoogbegaafde ver. Maar op een plek die er niet om vraagt, levert precies dezelfde eigenschap wrijving en vermoeidheid op. Zes patronen waarin dat gebeurt en wat erbij helpt.
Snelle denkstappen
Je hoort als hoogbegaafde een probleem en terwijl de ander nog aan het uitleggen is, heb je de conclusie al. Vaak klopt die conclusie ook. Daar begint het lastige deel. Voor jou zijn de tussenstappen vanzelfsprekend, dus je zegt ze niet hardop. Voor de rest van de kamer bestaan ze niet.
Wat overblijft is een eindpunt dat uit het niets komt, van iemand die kennelijk weinig behoefte heeft aan het gesprek. Zo ontstaat het beeld van iemand die niet luistert. Het probleem zit in de route die je onzichtbaar houdt. Wie hardop terugredeneert (ook al voelt dat traag en overbodig) merkt vaak binnen één gesprek dat de reactie verandert.
Het moet vanzelf gaan
Als leren jarenlang weinig heeft gekost, bouw je een stille aanname op: wat ik kan, gaat vanzelf. De keerzijde volgt automatisch. Als iets niet vanzelf gaat, is het blijkbaar niets voor mij. Die overtuiging houdt zich prima staande tot ongeveer je twintigste. Daarna kom je bij het werk dat wel taai is, waar je een half jaar niets lijkt op te schieten en vijf keer opnieuw moet beginnen. Op dat moment heb je weinig om op terug te vallen, want je hebt nooit geoefend in volhouden zonder onmiddellijk resultaat.
Wat helpt is eenvoudig en tegelijk oncomfortabel. Kies iets waar je slecht in bent en blijf er lang genoeg mee bezig om te merken dat je erin vooruitgaat. Een instrument bijvoorbeeld, of een taal. Wat je precies kiest maakt weinig uit. Je lijf leert ondertussen dat inspanning iets anders is dan onvermogen.
Hoge lat
Perfectionisten krijgen meestal het advies dat ze moeten loslaten. Doe eens wat rustiger, goed is goed genoeg. Dat advies stuit op iets wat de gever ervan onderschat: je ziet echt dat het beter kan. De lat verlagen voelt daardoor als je eigen oordeel wegdrukken en dat lukt niemand langer dan een week.
Bruikbaarder is het onderscheid tussen werk waar kwaliteit iets uitmaakt en werk waar dat nauwelijks zo is. Een klantvoorstel en de interne notitie die drie mensen vluchtig doorkijken vragen niet om dezelfde zorg. Wie dat onderscheid overslaat, geeft aan alles zijn volle aandacht en houdt weinig over voor het deel dat er werkelijk toe doet. De lat blijft daarmee hoog. Hij ligt alleen op minder plekken.
Je vangt meer op dan je omgeving
Geluid, licht, de stemming in een ruimte, het ding dat iemand net niet zegt. Je registreert het als hoogbegaafde allemaal en het kost energie dat te verwerken, ook als je er verder niets mee doet. De valkuil zit in een misverstand over jezelf. Je gaat ervan uit dat anderen hetzelfde binnenkrijgen en er beter mee omgaan en komt zo uit bij de conclusie dat jij minder aankunt. In werkelijkheid krijg je meer binnen en verwerk je het even goed als ieder ander.
Dat verschil verandert de oplossing. Herstel inplannen doet hier het meeste werk. De meeste mensen die hier vastlopen nemen pas rust als ze al leeg zijn en op dat punt heeft het weinig effect meer.
Denken als schuilplaats
Bij spanning ga je analyseren. Je zoekt de structuur en de redenering waarmee het probleem hanteerbaar wordt. In je werk levert dat vaak precies op wat er nodig is, maar thuis loopt het anders. Iemand die van streek is en een analyse terugkrijgt, voelt zich vooral beoordeeld. Je zocht toenadering en het landde als afstand. Ondertussen heb je zelf ook niets gevoeld, want daar was de analyse voor.
Afleren hoeft niet. Het scheelt al veel als je hardop zegt wat je aan het doen bent. 'Ik merk dat ik het meteen wil oplossen, zal ik eerst even luisteren?' Dat ene zinnetje maakt zichtbaar wat anders overkomt als kilte.
Te weinig uitdaging
Onderbelasting voelt als traagheid en als een licht gevoel van vervreemding van je eigen werk. Sommige hoogbegaafden gaan er dan projecten bij stapelen of zoeken iets dat prikkelt. Anderen zakken weg en doen het minimale.
Een leidinggevende leest dat als een motivatieprobleem. Van binnenuit voelt het als honger. Wie dit patroon niet herkent, gaat werken aan discipline terwijl er in de kern te weinig te doen valt.
Andere plek
Bijna alles hierboven verschijnt in een omgeving die niet past en verdwijnt grotendeels in een omgeving die wel past. Dezelfde persoon die ergens als lastig geldt, staat drie banen later bekend als iemand op wie je kunt bouwen. Er is in de tussentijd weinig aan die persoon veranderd.
Wat een werkgever ziet als aanpassingsprobleem, ervaart de hoogbegaafde medewerker als een omgeving die niet toelaat wat hij kan. Beide beschrijvingen gaan over dezelfde situatie en spreken elkaar niet tegen. De vraag wordt daarmee waar de mismatch zit en hoeveel ervan je kunt verplaatsen.
Maar waar kun je nu het beste beginnen om dit aan te pakken? Kies één patroon. Datgene waarbij je bij het lezen even bent blijven hangen, is meestal het juiste. Zoek er daarna één situatie bij van de afgelopen maand, concreet, met een datum en een gesprek erin. Het werkt pas in het moment zelf, in een gesprek dat de volgende keer anders loopt. En let op de neiging om ook dit weer perfect te willen doen. Die neiging hoort bij het onderwerp en is deze keer niet je bondgenoot.
Over de auteur
- Karolien Koolhof is coach voor introverten en hoogbegaafden
- Auteur van het boek Introvert Leiderschap
- Contact