Ga naar inhoud
introversie hoogsensitiviteit

Niet elke introvert is hooggevoelig

Karolien Koolhof
Niet elke introvert is hooggevoelig

Wie op sociale media iets zoekt over introversie, komt al snel in een wereld terecht waarin een paar begrippen voortdurend in elkaar overlopen. Introvert, hooggevoelig, snel overprikkeld, herstellend van een burn-out: het wordt vaak in één adem genoemd, alsof het verschillende woorden zijn voor hetzelfde. Maar het klopt niet helemaal en dat is meer dan een detail.

Introversie, hooggevoeligheid en psychische klachten zijn namelijk drie verschillende dingen, die op verschillende niveaus spelen. Ze kunnen samen voorkomen, maar ze zijn niet hetzelfde. En juist door ze op één hoop te vegen ontstaat er verwarring die mensen meer in de weg zit dan helpt.

Introversie is een persoonlijkheidstrek. De term komt oorspronkelijk van Carl Jung en gaat in de kern over waar je je energie vandaan haalt. Een introvert laadt op in rust of in klein gezelschap en raakt eerder leeg van drukte, terwijl een extravert juist opleeft van prikkels en mensen. Het zegt niets over of je verlegen bent, of je van mensen houdt, of hoe sociaal vaardig je bent. Ongeveer een derde tot de helft van de mensen is in meer of mindere mate introvert. Het is een gewone variatie, geen probleem.

Hooggevoeligheid

De psychologe Elaine Aron introduceerde het als sensorische verwerkingsgevoeligheid: een aangeboren trek waarbij je prikkels dieper verwerkt en sterker reageert op geluid, drukte en de stemming van anderen. Aron toonde in haar onderzoek aan dat dit een eigen trek is, die je los kunt zien van introversie. Dat blijkt ook uit een simpel gegeven. Ongeveer zeventig procent van de hooggevoelige mensen is introvert, maar dertig procent juist niet. Er bestaan dus hooggevoelige extraverten, mensen die tegelijk opleven van gezelschap en snel overprikkeld raken. Als hooggevoeligheid en introversie hetzelfde waren, kon die groep niet bestaan.

En dan is er nog de categorie van psychische klachten. Een burn-out, een angststoornis of een depressie zijn geen persoonlijkheidstrekken maar aandoeningen. Ze kunnen iedereen overkomen, introvert of extravert, hooggevoelig of niet. Aron benadrukt zelf dat hooggevoeligheid nadrukkelijk geen stoornis is, alleen al omdat de trek bij zo'n grote groep mensen voorkomt. Introvert zijn is dat evenmin.

Verwarring

Op het eerste gezicht lijkt het onschuldig om deze dingen door elkaar te gebruiken. Het geeft mensen herkenning en dat is waardevol. Maar er zitten twee problemen aan. Het eerste is dat een normale trek zo een probleem wordt. Als introversie in hetzelfde rijtje staat als overprikkeling en burn-out, ga je je stille kant al snel zien als iets kwetsbaars, iets wat beheerd moet worden. Terwijl er niets te managen valt aan het feit dat je liever een klein etentje hebt dan een druk feest. Susan Cain liet in haar boek Quiet zien hoe hardnekkig dat misverstand is, en hoe vaak introversie verward wordt met verlegenheid. Verlegenheid gaat over angst voor het oordeel van anderen, en introversie simpelweg over energie. Dat zijn twee heel verschillende dingen.

Het tweede probleem is dat echte klachten erdoor vervagen. Als een burn-out wordt gepresenteerd als een soort natuurlijk verlengstuk van je gevoelige aard, wordt het moeilijker om te zien dat het iets is wat aandacht en soms hulp nodig heeft. Een introvert die opbrandt doet dat niet omdát hij introvert is, maar omdat er iets scheef zit tussen belasting en herstel. Dat onderscheid is precies wat je nodig hebt om er iets aan te veranderen.

Nuance

Niets van dit alles betekent dat je die begrippen niet mag gebruiken. Ze helpen mensen om zichzelf te begrijpen. Maar het helpt enorm om ze uit elkaar te houden. Je kunt introvert zijn zonder hooggevoelig te zijn, of hooggevoelig en toch iemand die opleeft van gezelschap. En je kunt allebei zijn en toch nooit opbranden, of juist opbranden zonder dat het iets met je karakter te maken heeft. Je stille kant is geen diagnose. Het is een manier van in elkaar zitten, met eigen sterke kanten. Wie dat scherp voor ogen houdt, hoeft zichzelf een stuk minder te repareren.

Karolien Koolhof

Over de auteur