De waarde van verveling
Let eens op wat er gebeurt zodra je even niets te doen hebt. Je staat in de rij bij de kassa, of je zit in de trein zonder dat er iets moet. Vrijwel automatisch gaat je hand naar je telefoon en nog voordat je het doorhebt, ben je aan het scrollen. Die kleine reflex is zo gewoon geworden dat we nauwelijks nog merken hoe vaak we hem uitvoeren. En daarmee is verveling, dat vroeger simpelweg bij het leven hoorde, bijna helemaal verdwenen. Hoe erg is dat eigenlijk?
We zijn verveling gaan zien als iets wat opgelost moet worden. Als een teken dat er iets misgaat, of dat we onze tijd niet goed benutten. Maar dat beeld klopt niet met wat onderzoekers erover weten. De Britse psychologe Sandi Mann, die er een boek over schreef, omschrijft verveling als de toestand waarin je prikkeling zoekt maar die in je omgeving even niet vindt. En juist die toestand blijkt verrassend nuttig.
In een bekend experiment liet Mann samen met Rebekah Cadman een groep mensen eerst iets stomvervelends doen, zoals nummers uit een telefoonboek overschrijven, voordat ze een creatieve opdracht kregen. Die groep bedacht daarna meer en originelere ideeën dan de groep die meteen mocht beginnen. In een vervolgstudie bleek dat nog passievere verveling, zoals het telefoonboek alleen lezen, het effect zelfs versterkte. De verklaring zit in wat er met je gedachten gebeurt als je je verveelt. Je hoofd gaat dwalen, en tijdens dat dwalen leg je verbanden die je bij gerichte aandacht niet zou maken. Verveling is dus geen verspilde tijd. Het is juist de voorwaarde waaronder je brein tot rust en tot nieuwe invallen komt.
Het scherm dat lokt
Dat verklaart nog niet waarom het zo moeilijk is om je te láten vervelen. Daarvoor moeten we naar de dopamine kijken. In haar boek Dopamine kids beschrijft wetenschapsjournalist Michaeleen Doucleff hoe we dat stofje jarenlang verkeerd hebben begrepen. Dopamine is niet, zoals vaak wordt gedacht, het molecuul van geluk of plezier. Het is het molecuul van willen. Het zet je aan om iets te zoeken en naar het volgende te grijpen, zonder dat het je ook echt voldoening geeft. Je telefoon en ultrabewerkt eten zijn precies zo ontworpen dat ze die drang steeds opnieuw aanwakkeren. Elke melding en elk nieuw filmpje geeft een kleine piek van willen, gevolgd door de behoefte aan meer.
Het verraderlijke is dat dat willen niet hetzelfde is als genieten. Doucleff beschrijft hoe kinderen, en volwassenen net zo goed, uren achter een scherm kunnen zitten of een zak snacks kunnen leegeten zonder er echt van te genieten. Ze zijn vooral bezig met het volgende. Als de verveling opkomt, dat lichte ongemak van niets te doen hebben, grijpen we naar de snelste manier om het weg te maken. Het scherm belooft verlichting en geeft die ook, maar alleen in de vorm van weer een prikkel. De onrust wordt niet opgelost, hij wordt gevoed. En intussen missen we precies die stille, dwalende ruimte waarin verveling zijn waarde bewijst.
Ruimte maken
Hoe kun je hier nu mee omgaan? Het helpt al om de kleine gaten in je dag niet meteen op te willen vullen. Laat je hand een keer niet naar je zak gaan terwijl je staat te wachten. Ga wandelen zonder oordopjes, of doe iets waarbij je aandacht maar half nodig is, zoals baantjes zwemmen of in de tuin werken. Het ongemak dat dan opkomt hoort erbij. Het is het moment vlak voordat je gedachten beginnen te dwalen.
Verveling voelt in eerste instantie als iets wat je zou moeten wegwerken. Maar het is eerder een ruimte die je jezelf mag gunnen. Juist in die stille, ongevulde momenten komt je hoofd tot dingen waar geen enkele melding je ooit bij zou brengen.
Over de auteur
- Karolien Koolhof is coach voor introverten en hoogbegaafden
- Auteur van het boek Introvert Leiderschap
- Contact