Ga naar inhoud
neurodivergentie onderzoek uitputting werkstress feedback

Waarom 'gewoon meedoen' je batterij leegtrekt

Karolien Koolhof
Waarom 'gewoon meedoen' je batterij leegtrekt

Neurodivergente mensen voelen vaak haarfijn aan dat hun brein de wereld net even anders verwerkt. Op de werkvloer kan dat gevolgen hebben voor hun energie: ze raken eerder gestrest danwel uitgeput. Waarom is een normale werkdag voor hen absolute topsport? En wat gebeurt er met je brein als je brein zich continu moet aanpassen aan een norm die niet de jouwe is? Ik deed er onderzoek naar.

Om te begrijpen waarom juist deze groep kampt met zo'n diepe, sluimerende vermoeidheid, moeten we kijken naar hoe onze hersenen capaciteit verdelen. Binnen de psychologie werpt de zogeheten Resource Allocation Theory hier een verhelderend licht op. Zie je aandacht als de batterij van je smartphone. Tijdens je werk verdeel je die energie over twee processen: de taak zelf (bijvoorbeeld een rapport schrijven) en zelfregulatie (het filteren van prikkels, je emoties beheersen en inschatten hoe je sociaal overkomt).

Voor een neurodivergent brein is een gemiddelde kantoortuin vaak een overprikkelende omgeving. Daardoor gaat standaard een disproportioneel groot deel van de batterij op aan die zelfregulatie. Het werkgeheugen zit al vol met zware achtergrond-apps die continu meedraaien om de dag door te komen.

Daar komt nog een psychologisch mechanisme bovenop, beschreven in de Feedback Intervention Theory. Ongevraagde feedback haalt je aandacht onmiddellijk weg bij je taak en richt die op jezelf. Voor een brein dat door alle kantoorprikkels al tegen de grenzen van zijn verwerkingscapaciteit aanzit, voelt zo’n onverwachte opmerking als een zware systeem-update die je hele computer tijdelijk doet vasthangen.

Stress versus uitputting

Raakt de werkvloer deze groep daadwerkelijk anders dan mensen mét een officieel medisch stempel? Voor de afronding van mijn bachelor psychologie besloot ik dit fenomeen wetenschappelijk te toetsen. Ik ondervroeg ruim 500 werkenden naar hun ervaren werkstress, mate van uitputting en de hoeveelheid ongevraagde feedback die zij ontvingen. Daarbij maakte ik een cruciale splitsing: ik vergeleek mensen met een formele diagnose met de groep die zichzelf slechts identificeerde met neurodivergente kenmerken. 

De resultaten lieten een even opvallend patroon zien. De hoeveelheid ongevraagde feedback bleek verrassend genoeg geen directe boosdoener voor extra stress, maar er speelde wel iets anders. Mensen met een officiële diagnose rapporteerden in de data significant meer last te hebben van werkstress. Maar bij de mensen die het alleen van zichzelf wisten, tekende zich een heel ander beeld af. Zij kampten in de eerste plaats met extreme uitputting. 

Aanpassen

Hoe valt die kloof tussen stress en uitputting te verklaren? Het antwoord schuilt in het gevolg van erkenning. Wie een officieel stempel heeft, werkt vaak met open kaart. Je moet met je leidinggevende in gesprek over een rustige werkplek, een aangepast takenpakket of heldere communicatie. Dat kost moeite en levert soms botsingen op in een team. Die zichtbare strijd veroorzaakt actieve stress. Je staat weliswaar onder druk, maar je staat wél op de radar.

Wie geen stempel heeft, houdt zich vaak stil. Zonder formele taal of doktersverklaring ontbreekt vaak de legitimiteit om maatwerk te claimen. Wat volgt is een onzichtbare overlevingsstrategie: je probeert de hele dag precies zo te doen als je collega's en verbergt je overprikkeling. Je vermijdt conflicten, dus je ervaart minder acute stress. Maar dit psychologische camoufleren is slopend. Je batterij lekt langzaam leeg door de constante drang om te voldoen aan een neurotypische norm.

De inzichten uit dit onderzoek zijn een belangrijke les voor organisaties. We moeten fundamenteel anders gaan kijken naar vitaliteit. Bedrijven en HR-afdelingen moeten niet langer wachten met het aanpassen van de werkomgeving tot een medewerker uitgeblust een medische verklaring inlevert. Een werkelijk inclusieve werkplek biedt álle werknemers de ruimte om hun brein optimaal te benutten. Denk aan het standaardiseren van stiltezones en het normaliseren van focus-blokken zonder onverwachte (feedback)onderbrekingen. Zo blijft er voor iedereen energie over voor het werk zelf.

Karolien Koolhof

Over de auteur