Hoort hoogsensitiviteit bij hoogbegaafdheid?
In 2020 schreef ik een artikel over de link tussen hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit. Inmiddels is dat ingehaald door de wetenschap en dus wil ik graag opnieuw aandacht besteden aan dit onderwerp.
Het cijfer uit mijn artikel van 2020, 87% van de hoogbegaafden is ook hoogsensitief, komt uit een Nederlands onderzoek onder volwassenen uit 2016 (Van de Ven, Van Weerdenburg en Van Hoof). Hier ontbreekt echter wat context. Volgens de beschrijving van die studie in Samsen-Bronsveld e.a. (2024) bleek ook in de vergelijkingsgroep zonder hoogbegaafdheid ongeveer 79% hoogsensitief. Het verschil tussen de groepen was dus aantoonbaar, maar kleiner dan 87% doet vermoeden. Daarbij kwamen de deelnemers deels via een HSP-netwerk, gaven ze zelf aan of ze hoogbegaafd waren en was ook hoogsensitiviteit niet getoetst.
En er is nog meer onderzoek gedaan dat een genuanceerder beeld geeft. Valpied (2018) vond geen duidelijk verband tussen hoogsensitiviteit en een IQ van 130 of hoger. De onderzochte groep was wel klein (69 mensen), dus die uitkomst is niet sterk.
De Gucht e.a. (2023) vergeleken 636 hoogbegaafde volwassenen met de algemene bevolking. Hun gevoeligheid bleek niet hoger, maar juist lager, vooral als het gaat om sterke emoties en lichamelijke reacties op prikkels. Op gevoeligheid voor schoonheid, zoals kunst en natuur, scoorden ze juist hoger. Dat hangt deels samen met meer openheid voor nieuwe ervaringen en minder last van negatieve emoties en spanning (neuroticisme).
Geen verschil
Samsen-Bronsveld et al. (2024) keken naar 882 Nederlandse kinderen van 9 tot 12 jaar. De 10% die het best scoorde op een cognitieve test verschilde niet van de klasgenoten wat betreft hoogsensitiviteit. Er was één kleine uitzondering: op één vragenlijst scoorden ze iets hoger dan de groep die het laagst scoorde. Dat verschil verdween bij strengere grenzen, namelijk de beste 5% of 3%. Het oudere onderzoek van Gere e.a. (2009) liet wel zien dat ouders van hoogbegaafde kinderen aangaven dat hun kinderen gevoeliger voor prikkels waren. Maar die ouders vulden de vragen zelf in en de kinderen waren al eerder getest.
Hoogsensitiviteit lijkt dus geen vast kenmerk van hoogbegaafdheid te zijn. Je kunt allebei zijn, maar het ene volgt niet vanzelf uit het andere. Waarom voelt het voor veel hoogbegaafden dan toch zo herkenbaar?
Geen goed beeld
De onderzoekers uit 2024 noemen een paar mogelijke redenen. Hoogbegaafde kinderen die sterk reageren op hun omgeving vallen sneller op en worden daardoor eerder getest. Wie bekendstaat als hoogbegaafd, geeft dus niet altijd een goed beeld van alle hoogbegaafden. Daarnaast komt het beeld van de gevoelige hoogbegaafde vooral uit de praktijk en uit onderzoek naar overgevoeligheden, een begrip van Dabrowski. Dat lijkt op hoogsensitiviteit, maar is niet hetzelfde.
Onderzoek bij goed presterende schoolkinderen ziet geen verband, terwijl hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg het wel zien. Mogelijk zoeken hoogbegaafden die vastlopen sneller hulp, terwijl gevoelige hoogbegaafde kinderen in schoolonderzoek vaker buiten beeld blijven. De twee soorten onderzoek kijken dus naar andere groepen en ook de definitie van hoogbegaafdheid verschilt.
Vier kenmerken
Wetenschappelijk heet hoogsensitiviteit sensory processing sensitivity. Meestal worden er vier kenmerken genoemd: je verwerkt dingen diepgaand, je raakt snel overprikkeld, je reageert sterk emotioneel/ voelt veel mee met anderen en je let op kleine details. Er is nog discussie over dit begrip, onder meer omdat het overlapt met persoonlijkheidstrekken als openheid en neuroticisme.
Veel hoogbegaafden en hoogsensitieven herkennen zichzelf in intens waarnemen en oog voor nuance. Ook het gevoel anders te zijn komt in beide groepen vaak voor. Wie zich sterk aanpast om erbij te horen, verliest daar op de lange termijn veel energie aan, met vermoeidheid of een burn-out als mogelijk gevolg. Dat is herkenning uit de praktijk. Het onderzoek hierboven laat zien dat het geen bewezen gedeeld kenmerk is.
De verschillen zijn duidelijker. Het eerste is het IQ. Hoogbegaafdheid begint meestal bij een IQ van 130, terwijl je voor hoogsensitiviteit geen hoog IQ nodig hebt. Een IQ-test zegt overigens niet alles, want hoogbegaafdheid wordt steeds breder gezien, bijvoorbeeld met eigenschappen als creativiteit en een sterke motivatie.
Ook de manier van verwerken verschilt. Hoogbegaafdheid wordt vaak gekoppeld aan snel verwerken. Bij hoogsensitiviteit hoort volgens Elaine Aron juist 'pause to check': eerst even afwachten en kijken voordat je in actie komt. Diepgang in de verwerking zie je in beide beschrijvingen terug. Tot slot lijkt hoogsensitiviteit op introversie: beide kunnen snel overprikkeld raken en een introvert denkt vaak eerst en spreekt dan.
Zelfkennis
Zoals je ziet is het onderzoek naar hoogbegaafdheid en hoogsensitiviteit nog lang niet af (als onderzoek dat überhaupt ooit is). Wat we wel zien, is dat het ene niet automatisch het andere betekent. Je kunt hoogbegaafd zijn zonder hoogsensitief te zijn, hoogsensitief zonder hoogbegaafd te zijn, of allebei. Daarom vind ik het uiteindelijk belangrijker dat je jezelf goed kent dan dat je weet welk labeltje bij je past.
Quiet Quality werkt niet met een IQ-definitie van hoogbegaafdheid. Iedereen die zich herkent in de (veel bredere) kenmerken van zowel hoogbegaafdheid als hoogsensitiviteit is welkom (naast andere prikkelgevoelige profielen zoals introversie, adhd en autisme). Wil je vrijblijvend kennismaken? Neem gerust contact op.
Over de auteur
- Karolien Koolhof is coach voor introverten en hoogbegaafden
- Auteur van het boek Introvert Leiderschap
- Contact